Historie

Clublied Excelsior

Ferme Jongens, Stoere Knapen

Ferme jongens, stoere knapen
Ons lonkt het vrije voetbalveld
Waar je vreugd en vrolijkheid kunt rapen
En je door geen zorgen wordt gekweld
Als het sein voor de strijd wordt gegeven
Trouw zijn wij dan allemaal present
Voor de club onze krachten te geven
Ja, dan zijn we in ons element

Refrein:
Wij gaan naar het terrein, naar ons Woudestein
Waar Excelsior vlag waait in de wind
En wij vinden het fijn, als we daar maar zijn
Want daar is een ieder goed gezind
Daar heerst altijd weer een gezonde sfeer
Daar is vreugd en nimmer klinkt gemor
En met blijheid in het hart
Strijden wij voor rood en zwart
Voor de roem van ons Excelsior
En met blijheid in het hart
Strijden wij voor rood en zwart
Voor de roem van ons Excelsior

Ferme jongens, stoere knapen
De sport eist kerels van stavast
Duffe dromers, die maar staan te gapen
Vormen iets dat bij ons spel niet past
Wie zijn kracht energiek ons wil geven
Wie een vent is, waar echt pit in zit
Wie naar ’t hoogste steeds met ons wil streven
Die is welkom als Excelsiorlid

de melodie is te vinden op:

http://www.youtube.com/watch?v=OTQy18Xl97E&NR=1

Gezongen door ‘Henri Soleil’ (Henk Zon) met het Rotte’s Mannenkoor, 1977


Tekst: Toon Kenters
Muziek: Willy Schootemeyer
 

Geschiedenis Excelsior

De vereniging Excelsior werd opgericht op 23 juli 1902 door een groepje Kralingse vrienden dat in die tijd al regelmatig bijeenkwam op Woudestein om met elkaar te voetballen.

historie excelsior1

Er is sinds de oprichting een heleboel gebeurd in de historie van Excelsior. De club wordt vaak omschreven als ‘sympathiek, gemoedelijk en gezellig’. Op Woudestein kom je geen vedetten tegen, arrogant gedrag wordt snel de kop ingedrukt. Excelsior mag dan al lang niet meer de club van oud papier zijn, de sfeer is ondanks het gemoderniseerde stadion amper veranderd. Bij Excelsior kun je nog steeds in een gezellige ambiance genieten van leuk voetbal.

In 1902 was Excelsior een van de eerste arbeidersclubs. Tot dat moment was voetbal vooral een elitesport, maar vanaf de eeuwwisseling nam het aantal arbeidersclubs snel toe. Uiteraard werd Woudestein de thuisbasis van Excelsior, al speelde de club twee keer kort op een ander terrein. In 1907 voetbalde de club een jaar op het Afrikaanderplein en van 1922 tot 1939 was het Toepad het terrein van Excelsior. Kort voor de oorlog, toen aan het Toepad een marinierskazerne werd gebouwd, verhuisde Excelsior terug naar het vertrouwde Woudestein.

Wie de historie van Excelsior op een rijtje zet, komt er snel achter dat de sportieve prestaties van Excelsior pieken en dalen kent. In 1946 en 1952 promoveerde Excelsior naar de eerste klasse KNVB. De eerste keer na een beslissingswedstrijd tegen VUC in de Kuip, die 52.000 toeschouwers trok.

Na de invoering van het betaalde voetbal behaalde de club driemaal het kampioenschap in de eerste divisie (1974, 1979 en 2006) en promoveerde nog een aantal keer, om meestal niet lang daarna weer te degraderen. Te klein voor tafellaken, te groot voor servet. 

Eén keer bereikte Excelsior de finale om de KNVB-beker, in 1930. Deze wedstrijd, tegen stadgenoot Feyenoord, werd met 1-0 verloren. Drie jaar eerder wonnen de roodzwarten wel met 5-0 van Feyenoord toen de Zilveren Bal de inzet was. Deze triomf was meteen een van de grootste successen van voor de Tweede Wereldoorlog.

historie exc 4

Met minimale middelen en een maximum aan creativiteit wist Excelsior zich gedurende de historie in leven te houden. Altijd wist de club zichzelf te bedruipen. De verpersoonlijking van dit beleid is ‘Mister Excelsior’ Henk Zon.

henk zon historie exc 6

Een kwart eeuw lang, van 1952 tot 1977, was hij voorzitter. Na elke toespraak haalde Henk Zon zijn bolhoed tevoorschijn om geld op te halen. En niemand die hem durfde te weigeren. Als bestuurder van de KNVB ging hij bovendien vaak op reis met het Nederlands elftal. Na het banket ging hij dan staan, zong het clublied van Excelsior en bracht lootje voor het Bouwfonds aan de man. In 1977 zette ‘Henri Soleil’ met het Rotte’s Mannenkoor ‘Ferme jongens, stoere knapen’ zelfs op de plaat.

Het leverde Excelsior veel broodnodige guldens op. Maar zijn meest besproken actie was het inzamelen van oud papier. Met een halfversleten busje ging een groepje vrijwilligers wekelijks op pad om op vaste adressen oude kranten, folders e.d. op te halen. Het leverde Excelsior jaarlijks duizenden guldens op en een imago als oud papier club. Het oud papier was voor Excelsior letterlijk bankpapier. Eenmaal voorzitter af, ging Henk Zon vaak persoonlijk met de inzamelaars op pad. Toen hij met hen op een adres kwam waar de oude kranten tot het plafond lagen opgestapeld, draaide hij zich lachend om naar de anderen: ‘Bel Jaap Bontenbal, we kunnen Cruijff kopen!’

Ondanks de moeizame financiële positie en de steeds verder teruglopende toeschouwersaantallen zijn de bestuurders van Excelsior altijd vooruitstrevend geweest. Toen de KNVB halverwege de jaren vijftig halsstarrig bleef weigeren betalingen in het voetbal toe te staan, nam Zon samen met Aad Libregts en bestuurders van Feyenoord, Sparta en ADO het initiatief om met bondsvoorzitter Hopster over de situatie te gaan praten. ‘We leven in een materialistische wereld’, schreef Zon in zijn dagboek nadat Excelsior-speler Aad Bak hem duidelijk had gemaakt dat hij voor geld zou vertrekken naar de Profclub Rotterdam. ‘Geld is troef en de KNVB zal eraan moeten.’ In augustus 1954 ging de bondsvergadering akkoord en was betaald voetbal een feit.

Niet alleen in dat opzicht speelden de Kralingers een voortrekkersrol. Excelsior was in 1958 ook de eerste club in Nederland met een overdekte staantribune. Leden zorgden voor het geld en een groep ijverige vrijwilligers voor de bouw. Later, in 1974, was Excelsior ook de eerste club met shirtreclame. Tegen de toen geldende regels in, zette de club een ‘A’ op het shirt. Die letter stond zogenaamd voor ‘A-elftal’, maar in werkelijkheid voor ‘Akai’, het bedrijf van suikeroom Rob Albers. De A werd uiteindelijk verboden en het zou tot 1982 duren voor shirtreclame werkelijk werd ingevoerd. De naam Akai zou tot 2000 de shirts van Excelsior sieren.

historie exc 8

De tijden van armoede zijn voorbij. Nadat Excelsior begin jaren negentig bijna ter ziele was gegaan, verging het de club onder leiding van voorzitter Martin de Jager steeds beter. Belangrijke winstpunten waren de bouw van het moderne stadion en de samenwerking met Feyenoord. Dat laatste idee was niet nieuw. In 1979 al sloten Excelsior-voorzitter Jaap Bontenbal en Feyenoord-manager Peter Stephan een soortgelijke overeenkomst. De losvaste relatie die sindsdien tussen beide clubs bestond, werd in 1996 bezegeld met een samenwerking, waarbij Excelsior fungeerde als kweekvijver voor Feyenoord. Alle kritiek van buitenaf ten spijt, bleken de Kralingers andermaal creatief en vooruitstrevend.

Het creatief omgaan met minimale middelen, de vindingrijkheid van de bestuurders en de ontspannen sfeer binnen de club – het heeft er allemaal toe bijgedragen dat Excelsior Rotterdam anno nu bij veel mensen een positief gevoel oproept. Excelsior kan niet alleen terugkijken op een mooie en roemrijke historie, ook kijkt de club met vertrouwen naar de toekomst. Spelend op het hoogste niveau heeft de club veel nieuwe supporters aan zich weten te binden en met de oprichting van een eigen kidsclub wil Excelsior zich nog nadrukkelijker gaan richten op ‘nieuw’ publiek.

Zoals Henk Zon ooit zong: ‘En met blijheid in het hart – Strijden wij voor rood en zwart – Voor de roem van ons Excelsior’.

 

(tekst: Vincent Wernke, overgenomen van www.sbvexcelsior.nl)

meer informatie is te vinden op www.proexcelsior.nl en www.excelsioronline.nl